. .
 

Er is (toch) (nog) veel te zien…

 

Vakantietijd is voor mij onlosmakelijk verbonden met heerlijk veel tijd om te lezen. Stapels boeken mee en ook nog een aantal op de e-reader, en dan maar kijken hoe ver je ermee komt. Deze weken las ik o.a. een klein maar prachtig boekje van Marjoleine de Vos, 'Je keek te ver'. Daarin beschrijft zij een wandeling in Noord Groningen, en stelt daarin dat wie niets weet van het landschap waarin hij/zij wandelt, ook niets ziet. Je hebt 'landschapleesles' nodig, om te weten wat er vroeger was en welke sporen je daarvan nu nog kan ontdekken. Al wandelend ontdek je dat wat je zoekt, al hier is.

Vlak daarna las ik 'Het eiland', van Koos Terpstra. Geboren op Texel beschrijft hij zijn jeugd op het eiland, herinneringen die hem gevormd hebben tot de man die hij is geworden. Ook in dit boek draait het om de kijkrichting, hoe kijk je naar de dingen, naar de omgeving waarin je opgroeit, naar de mensen die jou gevormd hebben.

Beide boeken maakten dat ik anders 'keek' naar het landschap waarin we fietsten en wandelden. Meer geïnteresseerd in de wording ervan, meer bewust van het belang van echt 'kijken' en wat zie je dan.


 

"Waar je niets ziet, daar is heel veel te zien."  (Marjoleine de Vos, Je keek te ver)

Marjoleine de Vos:

"Er is die sensatie, bij het lopen over het land, van volheid, van schoonheid vaak. Van de eigen nietigheid zeker ook, maar ook van vanzelfsprekendheid. Wie buiten loopt, verwondert zich eerder over het geel van het riet of de zonnevlekken onder een boom, dan over het feit dat het kijkende oog bestaat. Aan zulke dingen denk je dan niet, je wórdt je kijken, je blik."

 

Verder mijmerend hierover stelde ik mijzelf de vraag: zou dit ook gelden voor het kijken naar onze kerk, naar onze gemeente? Als je oppervlakkig kijkt, wat zie je dan? Een kleine vergrijzende groep mensen, steeds minder kinderen en jongeren, geen spectaculaire activiteiten, een bescheiden kerkgebouw in een stille laan bijna buiten het dorp, nog steeds niet in staat om een brug te slaan naar de buurgemeente. Eigenlijk is er bedroevend weinig te zien, toch? Toch - jazeker - er is meer. Er is ook de sensatie van verwondering, dat dat er is: een groepje mensen dat met grote trouw in Gods naam naar elkaar en naar dorpsgenoten omziet; een groepje mensen dat zondag ofwel in eigen huis, ofwel weer in diezelfde bescheiden kerk God eer brengt, door de ere-dienst te volgen, de gebeden te zeggen, de oude teksten te spellen, de liederen (nee nog niet met luide stem maar wel met het hart) te zingen.

Het nieuwe seizoen kerkenwerk ligt nog braak. Niemand weet precies hoe het eruit gaat zien, we kunnen niet terugvallen op routine of verwachtingen. Alles zal anders zijn dan andere jaren. Het jaarthema van de Johanneskerk is 'Groene genade'. Bid en werk, noem ik het ook wel. Er is veel werk te doen, als gelovige mensen in deze wereld, werk aan rechtvaardigheid, bestrijding van armoede en onrecht, opkomen voor een groene natuur en duurzame samenleving. Tegelijk zijn we ook afhankelijk van Gods genade, van dat wat wij niet zelf in de hand hebben. Onze eigen nietigheid is deze afgelopen maanden meer dan ooit weer duidelijk geworden. Des te meer reden om regelmatig te 'wandelen' en te kijken met elkaar.

 

Laten we oog hebben voor de zonnevlekken onder een boom. Ons verwonderen over de groene genade en blijmoedig de taken op ons nemen die ons wachten.

"Waar je niets ziet, daar is heel veel te zien!"

 

Ds. Evelyn Noltus

 

terug