Kanttekening Kanttekening


Groene theologie

In het spreekwoordelijke ‘hutje op de hei’ (lees in dit geval: in het bos) lees ik in het kader van mijn studieverlof o.a. het boek ‘Groene Theologie’, van de theologe Trees van Montfoort. Om mij heen het steeds groener wordende bos en de schitterende natuur rondom Kootwijk en tegelijk in dezelfde week het rapport van Ipbes (platform voor biodiversiteit en ecosystemen). De uitkomst van dat alarmerende rapport is, dat de mens harder dan ooit de natuur vernietigt. Eeuwenlang hebben we als mens gedacht dat alles om ons draait en ongebreideld gebruik gemaakt van de natuur. Dit mens-gerichte wereldbeeld wordt in het boek van Van Montfoort onder kritiek gesteld. Op een heel verfrissende manier herleest zij bijbelse teksten over natuur, schepping en dieren.

In Genesis 1 bijv. wordt traditioneel in de bijbeluitleg de unieke plek van de mens in de schepping benadrukt. Maar: “De kroon op de schepping is niet de mens maar de sabbat” (blz. 59). Mensen worden op dezelfde dag geschapen als de dieren, ze eten hetzelfde voedsel en maken onderdeel uit van de hele natuur. Hoe lees je dan de opdracht aan de mens om ‘de aarde onder zijn gezag te brengen’? Van Montfoort plaatst de tekst in zijn context: Genesis 1 is geschreven in de tijd rond het einde van de ballingschap. Schuldbewuste mensen, afgevoerd naar Babel, keerden terug naar Juda. Ze zagen hun ballingschap als straf voor hun eigen onrecht en afgoderij. In die context schrijven de auteurs van Genesis 1 woorden van bemoediging. Je bent een waardevol mens, wánt geschapen naar Gods beeld. ‘De aarde onder je gezag brengen’ betekent in dat verband: bevestigen van de kracht van mensen, in een situatie waarin ze zich machteloos en schuldig voelen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de schrijvers van Genesis 1 en legitimatie zochten voor menselijke superioriteit. Ze waren zich juist zeer bewust van de kwetsbaarheid en de onderlinge afhankelijkheid van alle levende wezens.

Vanuit de Bijbel en de christelijke traditie benadrukt de auteur dat niet de mens centraal staat maar Gods liefde voor heel de schepping. Dan kunnen de bergen juichen, “een beuk leeft ter ere van God door te groeien en te communiceren op een manier die past bij zijn soort” (blz. 85) en  zo looft elk schepsel op zijn eigen manier God.

Is dat een te romantisch beeld? De schepping zucht toch ook in barensweeën? Van Montfoort: “Lofzang en leed vormen geen tegenstelling. Het zijn vaak juist mensen in zeer benarde omstandigheden, die instemmen met de lofzang van de Schepping.” Vervolgens behandelt ze dan de schepping, zoals die in het boek Job aan de orde komt. Vele andere teksten passeren zo de revue.


Een inspirerend boek, een urgent boek, een boek om samen te bespreken en om gevolgen te laten hebben voor ons leven op aarde.

Ds. Evelyn Noltus

 

 

 
terug